Interview: Seb C. over 'Iedereen op zoek'!
Seb c.: "Misschien is dat de positieve boodschap: we gaan dood op het einde." (lacht)
Seb C. is van diverse (strip)markten thuis: hij deed mee aan de Stripstrijd van Knack, publiceert regelmatig in Plots stripmagazine, op dit eigenste Stripelmagazine en in de Gentse seizoenskrant “Tiens Tiens”. De stijlen die hij aankan swingen de pan uit: van abstracte strips over één-pagina humor tot serieuzer werk. Nu heeft hij eindelijk zijn debuutalbum uit. Onlangs verscheen bij uitgeverij Bries “Iedereen op zoek”, volgens de tekst op de achterflap “Een mozaïekstrip, een verzameling van korte levensbeelden in verhaal en een bescheiden caleidoscoop van ons algemeen verloren lopen”.
Zoiets maakt ons nieuwsgierig…
Door Peter Moerenhout
Seb C.: De strip is eigenlijk een verzameling van losse verhalen die ik herwerkt heb. De oudste verhalen zijn iets van een vijf jaar oud. Het is dus een verzameling van dingen die ik de laatste vijf jaar heb opgeschreven en gerecycleerd. De recentste verhalen zijn ongeveer twee jaar oud. Alles gaat over het “dagelijkse leven”.

Je hebt wel je best gedaan om er één geheel van te maken. Personages uit één verhaal duiken op in de achtergrond van een ander verhaal, er is één consistente tekenstijl. Maar je hebt er bewust voor gekozen om alles niet strakker te verbinden.
Inderdaad, in sommige oude verhalen heb ik de personages vervangen zodat er toch wat consistentie is. De bedoeling was om, ondanks de korte verhalen, er toch een mozaïekstrip met een bepaalde structuur van te maken. Dat er toch iets van een rode draad in zit.
Je had er ook een veel coherenter geheel van kunnen maken.
Ja, maar ik denk dat dat heel artificieel zou overkomen, moest ik er iets sluitend van gemaakt hebben. Ik vind het wel goed dat het nu een beetje los blijft. Je kan in de strip ook connecties ontdekken bij een tweede leesbeurt. Er zijn mensen die me komen zeggen dat ze bepaalde verbanden pas bij een latere leesbeurt zien. Naarmate de lezer de strip meer leest, linkt hij meer dingen aan elkaar.
In zekere zin is dat niet zo verschillend van wat ik doe met mijn abstracte strips. Je leest die op een iets intuïtievere manier, je creëert verbanden zonder dat je er bewust naar op zoek gaat. Het is een aangename manier van werken die ik eigenlijk wel wat meer wil onderzoeken. Je maakt meer een “grid” dan een verhaal.
Je hebt dus niet echt op voorhand een scenario geschreven.
Niet echt. Het was meer copy-pasten en monteren. De ordening is dan weer wel belangrijk geweest. Ik moest ervoor zorgen dat er in de recurrentie van de verhalen en de recurrentie van de personages een schema zat. Hoe het begint en hoe het eindigt. Dat maakt het voor de lezer wat makkelijker. In die zin is de ordening van de verhalen belangrijker dan de verhalen zelf.
Er komt bijvoorbeeld in het begin een personage een paar keer voor en na verloop van tijd verdwijnt hij. Zijn verhaal eindigt echter met de breuk met zijn vriendin en dan gaan we verder met haar verhalen. Hij keert niet meer terug maar het is belangrijk voor de lezer dat hij die drie verhalen met hetzelfde personage achter elkaar leest. Moesten die verspreid zijn over het hele boek dan zouden die niet meer correleren. Van elk personage volgen de verhalen elkaar dus op zodanig dat je doorhebt dat het hier over één en hetzelfde personage gaat. Het zijn als het ware lijnen die ik door het boek getrokken heb.

De stijl, en vooral het kleurgebruik en de lay-out, zijn speciaal voor het boek ontwikkeld.
Toen ik de eerste verhalen maakte, volgde ik nog avondles striptekenen bij Stijn Gisquière in Gent. Die waren vrij schatplichtig aan Chris Ware: heel strak getekend en zo. Nu is mijn stijl veel geëvolueerd, dankzij Plots en andere dingen waar ik mee bezig ben geweest en uiteindelijk ben ik daardoor tot dit gekomen.
Toen ik een jaar geleden bezig was met het uittekenen van de strip was dit de stijl die het meeste paste. Ik heb ook heel snel beslist dat ik het bij dit zou houden omdat je anders bezig blijft. De inhoud varieert namelijk ook: sommige verhalen zijn grappig, in die zin is de strip ook qua inhoud een mozaïekstrip. Maar de stijl moest wel coherent zijn. Dit was de beste compromis qua stijl en ook wat betreft de functionaliteit naar de inhoud toe. Het ruwe moest er wel in. Het mocht niet te afgewerkt zijn zodat het niet te arty werd.
De techniek van beperkte kleuren is er gekomen door op A4 formaat te werken en elke keer 3 lagen te tekenen: een voorgrond, een achtergrond en een middenveld. Die werden apart ingescand en die heb ik dan elk een andere kleur gegeven.
Het is dus gekleurd zonder dat ik heb ingekleurd. Ik heb enkel de lijntekening gecolorised in Photoshop.
Staan er autobiografische verhalen in de strip?
Er zijn veel mensen die denken dat ik het eerste personage ben maar dat is niet zo. In het beste geval is het een alter ego. Er zit natuurlijk wel een stuk biografie in de verhalen. Het gaat om gevoelens of hoe ik, of vrienden van me, zich voelden op het moment dat de verhalen geschreven werden. De eindscène met de asverstrooier is bijvoorbeeld iets dat me bijgebleven is van de crematie van mijn tante. Ik vond dat een krachtig beeld maar het hele verhaal gaat over iets anders. Er zit een verhaaltje met een bakkersvrouw en ik heb, grappig genoeg, nu al meermaals de vraag gehad: “Gaat dat over die of die bakker?”. Het is eigenlijk een bakker van op de Brabantdam maar dat doet er niet toe: iedereen kent wel een bakkersvrouw die zich zo gedraagt.
Het is wel logisch dat de lezer de link legt tussen het eerste personage en jou omdat jullie fysiek zware gelijkenissen vertonen. Maar dat weet de doorsnee lezer niet… Heb je ook andere personages, fysiek of mentaal, op mensen uit je omgeving gebaseerd?
Nee, niet echt. Er zit een hoer in maar dat is de neerslag van de tijd dat ik in de Belgradostraat woonde en de hoeren recht tegenover mij had. Dat zijn dingen die in je dagelijks leven zitten en die ga je sneller verwerken in een verhaal. Maar echt personages modelleren naar mensen die ik effectief ken, dat niet. In dat eerste personage zit er iets van mij maar er zit bijvoorbeeld ook iets in van vrienden van me die in dezelfde leeftijdstranche zitten en gelijkaardige dingen meemaken in relaties en zo. Voor de rest ken ik bijvoorbeeld niet echt oude mensen zoals ik die opvoer in de strip.

Het ecologisch bewuste personage en de eenzame oudere zijn vrij universele personages maar ze zijn heel goed uitgewerkt. Vandaar dat ik dacht dat ze gebaseerd waren op bestaande personen.
Alleszins niet bewust. Ze zijn opgebouwd uit karaktertrekken die je op de duur bij een bepaald soort mensen herkent en waarvan je voelt dat ze bij het personage passen. ’t Is een soort van Frankenstein-methode van de juiste eigenschappen bij elkaar te plakken.
In de decors kan men Gent en Brussel herkennen. Ben je ter plaatse gaan tekenen?
Ik heb één foto gebruikt voor de pagina waarop een man staat die stopt met fietsen en afstijgt. Dat is een stuk van Brussel. Het had ook Parijs of zo kunnen zijn maar om één of andere reden vond ik het wel logisch dat ik iets nam uit België. Ik denk dat er ook iets Belgisch aan de strip is. Uiteindelijk gaan mensen die de strip in het Frans lezen misschien denken dat dat beeld uit Parijs komt.
Het Centraal station zit er ook in maar dit is bijvoorbeeld gebaseerd op de eerste de beste foto die ik vanuit mijn luie zetel kon googlen. Die scène moest niet specifiek in het centraal station plaatsvinden maar voor mij is dat wel een symbolische plaats. Je hebt daar de rush van al die mensen die op en af de trappen lopen.
De setting doet er ook eigenlijk niet toe. Het is een extraatje voor de mensen die Gent of Brussel wel kennen, die dan de “Charlatan” of zo herkennen. (nvdr. De Charlatan: café in Gent) Als je de “Charlatan“ niet kent is dat gewoon een layer minder. Ik hoop dat er voldoende andere inzitten.

Er zit een pagina in waarop een strip staat in de vorm van een kruiswoordraadsel.
Toen ik begon met die verhalen stond ik niet erg ver op stripgebied. Alles wat ik maakte was nog vrij causaal: vakjes naast elkaar. Nu heb ik al volledig andere dingen gemaakt maar ik kon natuurlijk niet helemaal veranderen van stijl terwijl ik er toch wat andere dingen wou insteken. Zo is er bijvoorbeeld ook die collage van krantenknipsels. Dat is een beetje de invloed van OUPABO. (nvdr. OUBAPO is een manier van stripmaken waarbij je door een heleboel restricties of zelfopgelegde regeltjes creatiever uit de hoek moet komen dan normaal)
Zijn dat echte contactadvertenties?
Nee, ik heb ze zelf geschreven maar ze steunen op echte. Je vindt er zo in elke krant en soms zitten er heel zielige dingen tussen die dan naast een advertentie staan die gaat voor pure seks. Dat levert een chagrijnig beeld op dat ik wel interessant vond.
Nog even over het thema: “Iedereen op zoek”…
Catchy titel… (lacht)
De strip is een analyse van zoeken en gebrek maar je geeft geen sluitend antwoord op de levensvragen die erin terug te vinden zijn. Het enige dat de lezer er misschien kan uithalen is dat iedereen het lastig heeft en dat dat altijd zo zal blijven.
De reactie die veel mensen hebben is verwarring. De meeste mensen zijn gewoon om een strip te lezen met één verhaal. Die voldoening heb je hier al niet. Plus het feit dat er ook niet echt één thema of één recurrent ding inzit. De meeste mensen die het lezen, zijn nogal ontgoocheld omdat eigenlijk de leegte centraal staat. Dat is iets dat ik zelf niet meer doorhad bij het maken. Ik had dat pas door toen ik reacties kreeg van mensen in de trant van: “’t Is allemaal zo triestig.”
Als er al een centraal thema is, is dat “eenzaamheid”, maar dat is misschien een te makkelijk woord om er op te plakken.
De leegte van het thema zit er eigenlijk ook in, wat ik raar vind. Dat heb ik ook achteraf pas gezien. In alle verhalen zit een immense leegte en het eindigt dan nog eens met een begrafenis… Misschien is dat de positieve boodschap: we gaan dood op het einde. (lacht)

Kan de positieve boodschap dan zijn: Iedereen is eenzaam, je bent niet de enige?
Het positieve eraan is dat de strip in kleur is. Allez, moest het in zwart-wit geweest zijn zou het echt wel deprimerend geweest zijn. (lacht) Toen ik met Reinhart, de lay-outer, aan het boek werkte, had ik de indruk dat dit toch wel een plezant boek was met al die kleuren. Maar van hem hoorde ik dan dat het echt wel een triestig boek is.
Je bent je boek nu niet echt aan het verkopen hé?
Nee. (lacht)
Wat nu? Hoe overtuigen we de lezers van het interview om het boek te kopen?
Het is nog relatief goedkoop. (lacht) En er komen nog strips en die zullen een troostende boodschap hebben. Iets rond Christus of zo.
Eigenlijk zouden we Seb C. aan zijn woord moeten houden maar laat ons hopen dat hij dat niet doet. De leegte is namelijk zelden zo mooi geweest…
Meer info!
Iedereen op zoekseb c
Uitgeverij Bries
€ 12,95
Iedereen op Zoek is een mozaïekstrip, een verzameling van korte levensbeelden in verhaal. Iedereen loopt er een beetje (op) zoek. Personages duiken op en verdwijnen, soms in en uit elkaars verhalen. Daar is niet sluitends aan. Hier leven gewoon mensen met en het vaakst naast elkaar. Iedereen op zoek is een bescheiden caleidoscoop van ons algemeen verloren lopen.
Gepubliceerd op 17 Juni 09 - 10:13
