Stripelmagazine is het magazine voor de fans van het beeldverhaal. Interviews, columns, vaste rubrieken en diepgravende artikels over strips en veel, veel meer kan u hier (quasi) dagelijks komen lezen.


Medewerkers:


Kurt Morissens
Jim Bella
Stijn Rotté
Wouter Goudswaard
Koen Claeys
Sébastien Conard
Conz
Willem Gay
Erik Hubrechsen
Tom Lambeens
Peter Moerenhout
Koen Van Rompaey

©
 
Niets van deze website mag zonder voorafgaandelijke toelating van de redactie worden overgenomen.

Interview: Lük Bey over zijn 'Verhalen voor Canterbury'!

Lük Bey: "Het zal wel nog even duren voor ik nog eens aan een strip begin waar paarden in voorkomen."

Lük Bey luistert in het dagelijkse leven ook naar de naam Luk De Ryck en meteen weten we dat we vergeten te vragen zijn waar zijn alias vandaan komt. Of we toch nog eens extra kunnen vermelden hoe goed hij de inkleuring van zijn debuutalbum 'Verhalen voor Canterbury' wel vindt. Geen probleem, inkleurder Johan De Rue kweet zich met verve van zijn taak. Net als Lük zelve overigens die met zijn verstripping van 'The Canterbury Tales' een knap en grappig album op de markt smeet. Eentje om te ontdekken dus. Voorproeven kan alvast op de website van Pulp Deluxe zodat u meteen kan controleren dat we hier niet zomaar iets uit de mouw schudden. Een sympathiek, aimabel man die een zelfrelativerende humor hanteert bij het beantwoorden van onze immer beleefde vraagjes. Eentje waarvan wij hopen dat hij ook opgemerkt zal worden door anderen. Het mag.

Door Kurt Morissens/Foto Jim Bella

Waarom koos je voor een verstripping van 'The Canterbury Tales'? Wat trok je daarin aan?
Het idee is er gekomen naar aanleiding van de "Classix"-reeks van De Standaard. Het boek dat ik wilde verstrippen moest zich in de Middeleeuwen afspelen -daar had ik toen zin in - en het moest iets zijn dat niet al honderdduizend keer gedaan was. Toen ik eenmaal voor The Canterbury Tales gekozen had, was ik onder de indruk van hoe ver Geoffrey Chaucer zijn tijd wel vooruit was. Sommige details zijn zo subtiel dat letterkundigen zich afvragen of de mensen van zijn tijd die wel opmerkten. Mijn stripbewerking zal dan ook pas ten volle geapprecieerd worden door bevoegde letterkundigen uit de 27ste eeuw.


Laten we het hun dan extra makkelijk maken met dit interview. Hoe getrouw ben je gebleven aan de tekst?
Het boek is veel uitgebreider, er staan zowat twintig verhalen in. Die zijn niet allemaal geschikt voor een strip voor het grote publiek, dus ik heb me beperkt tot de bekendste en de - volgens mij - leukste. Ik heb verder wat met de volgorde gegoocheld, en een keer een verhaal door een ander personage laten vertellen dan in het boek. Maar al bij al denk ik dat ik redelijk dicht blijf bij de spirit van Chaucer. Het is natuurlijk een heel oude tekst, en veel humor van die tijd werkt niet noodzakelijk meer in de 21ste eeuw. Ik heb sommige verhalen dus ook wat aangepast, maar ik heb onlangs m'n nota's van helemaal in het begin er nog eens bijgenomen, en was verrast dat een aantal grappen die ik meende zelf verzonnen te hebben, toch ook al in het boek zaten. Ben ik toch niet zo geniaal als ik dacht.

Pijnlijke vaststelling. Nu je de strip hebt afgewerkt, kan je ons vertellen of het een makkelijke of moeilijke klus was? Wanneer heb je bijvoorbeeld serieus gevloekt? En wat bleek achteraf het makkelijks; het scenario of de tekeningen?
Het scenario was het makkelijkst. Dat kwam er zó uit toen ik eenmaal wist welke verhalen ik wilde gebruiken. De eerste draft van het scenario is grotendeels intact gebleven in de uiteindelijke versie, met als belangrijkste uitzondering pagina's 40 en 41, die ik op aanraden van Tom Bouden nog toegevoegd heb. Het tekenen ging ook wel vlotjes. Er is wel redelijk wat tijd overheen gegaan, maar dat komt vooral omdat ik al eens een paar maanden met iets anders bezig was. Ik ben niet de geduldigste tekenaar, dus als ik werkte, ging het soms vooruit aan een tempo van drie pagina's per dag. Grootste struikelblok was de uitgebreide cast; die pelgrims zijn met z'n negentienen, en die moeten op tijd en stond allemaal eens in beeld komen zodat je als lezer er aan herinnerd wordt dat ze in groep reizen. De vele personages waren anderszijds ook wel een deel van de lol, dus echt gevloekt heb ik niet. Het zal wel nog even duren voor ik nog eens aan een strip begin waar paarden in voorkomen.


Voor deze strip heb je een startbeurs gekregen van het Vlaams Fonds van de Letteren. Dat geld interesseert jou natuurlijk meer dan ons maar wat ons wel interesseert is het mentorschap van Dirk Stallaert. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?
Wel, Dirk - enfin, ik moest "mijnheer" zeggen - zou waken over de grafische kwaliteit van het werk. Hij had zich al meteen onbevoegd verklaard voor het scenario, haha. Vandaar dat ik daarvoor maar bij Tom Bouden ben gaan aankloppen. Ik stuurde hem dus mijn pagina's in potlood en daar gaf hij dan gedetailleerd commentaar op voordat ik die in inkt zette. Dat hebben we zo voor de eerste 16 pagina's gedaan, daarna viel dat eigenlijk wat weg. Officieel omdat hij allerlei onrealistische deadlines moest halen, maar eigenlijk omdat er op mijn pagina's gewoon niks aan te merken was natuurlijk. Daarna ben ik nog wel een paar keer bij hem langs geweest, maar toen hebben we het vooral over Bob Dylan en mandolines gehad en zo af en toe eens over strips. Meer bepaald over Nero en Suske & Wiske. Een belangrijk effect van dat mentoraat was in elk geval dat ik, gewoon omdat ik wist dat de Grote Stallaert mijn potloodtekeningen zou keuren, vanzelf al extra hard mijn best deed. Ha ja, want hoe meer hij aan te merken had, hoe meer ik opnieuw zou moeten doen. En ik heb ook veel opgestoken door gewoon mijn ogen de kost te geven als ik in zijn werkkamer was. Daar liggen altijd wel wat platen rond te slingeren waar hij aan bezig is, en ik vind het fascinerend om te zien dat ik het totaal anders aanpak. Al bij al maar goed dat er aan die beurs ook nog wat geld verbonden was.

Uiteindelijk lijkt me dit een strip geworden voor het grote publiek. Heb je daarmee rekening gehouden tijdens het werken aan de strip?
Het was altijd de bedoeling om een strip te maken die "klassiek" aanvoelde, zowel door de teken- als door de vertelstijl. Hier en daar eens misschien wel een postmodern grapje, maar over het algemeen heb ik me voor elke pagina afgevraagd: hoe zou Goscinny het doen? Sinds het af is, hoor ik wel allerlei vergelijkingen, maar Asterix is tot mijn ontgoocheling nog geen enkele keer genoemd.
Oorspronkelijk had ik de wat al te… scatologische inhoud van het boek wat teruggeschroefd omdat het voor Standaard Uitgeverij bedoeld was. Er stond bijvoorbeeld in mijn dossier voor het Vlaams Fonds van de Letteren (VFL) dat ik dat element gedondenseerd had tot één scheet. Naarmate het werk vorderde, werd duidelijk dat de Classix-reeks niet verdergezet zou worden. Toen was één van de puntjes in mijn tussentijds verslag voor het VFL dat "het schetenquota was opgetrokken van 1 naar 6".


De inkleuring liet je over aan iemand anders. Waarom?
Ik was klaar met het inkten in juni 2008. Maar ik zou die zomer geen tijd hebben om in te kleuren, omdat ik voor m'n werk enkele maanden van huis weg zou zijn. Daarbij heb ik eigenlijk wel graag de input van iemand anders, die daar met frisse moed aan begint.
Johan is bovendien een veel betere inkleurder dan ik. Voor hem was het z'n eerste strip, en hij heeft er een hele klus aan gehad omdat zijn eisen veel strenger zijn dan de mijne. Ik heb in het begin enkel een paar basisrichtlijnen gegeven over de inkleurstijl die ik in gedachten had, en de eerste drie-vier pagina's nog wat besproken. Daarna heb ik me met de kleuren eigenlijk nog nauwelijks hoeven bemoeien. Omdat hij zelf ook tekenaar is, voelt hij goed aan wat een pagina nodig heeft. Voor de cover wou ik dat "klassieke" letterlijk nog wat meer in de verf zetten, en dus heb ik Gerlinde gevraagd om van mijn potloodontwerp een echt schilderijtje te maken.

Welk verhaal vond je het leukst om aan te werken?
Dat weet ik niet. Ik vond elk verhaal wel leuk, maar ik herinner me dat ik vanaf de tweede helft pas goed op dreef kwam. Daarvoor was het zo nu en dan eens een pagina en dan een paar dagen of ineens een half jaar niks. Maar in het voorjaar van 2008 ging het vooruit, en dat was aangenaam werken. Het was toen ook een paar weken heel mooi weer waar ik woonde en ik zat toen dagenlang voor mijn deur in het groen te tekenen.


Was het eigenlijk simpel om een uitgever te vinden?
Nee, want de uitgevers voor wie de toch wel vrij commerciële stijl van deze strip geschikt is, zijn niet geïnteresseerd in one shots. En de andere zoeken meer naar kunstzinniger of vernieuwend werk, denk ik. Nu ja, ik kan dat alleen maar vermoeden want van de meeste heb ik nooit antwoord gekregen. Naar Bonte heb ik de strip pas maanden later opgestuurd, ik kende die uitgeverij eerlijk gezegd niet. Het is ook een wat uitzonderlijke uitgave voor hem geloof ik, maar ik ben wel heel zeer te spreken over het resultaat. 't Is duidelijk met liefde gedaan; ik zou het zelf haast kopen!

Laat ons dat maar doen. Hoe kijk je nu naar je debuut? Als een tevreden man?
Het is waar wat ze zeggen: als dat eenmaal op papier staat, zie je als tekenaar toch vooral de gebreken. Dat tekenwerk is ondertussen alweer meer dan een jaar oud, hé, maar de kleuren en de vormgeving maken veel goed natuurlijk. Ik ben vooral tevreden dat ik nu tenminste een album heb; 't is toch een beetje een jeugddroom, en zo'n echt tastbaar boek geeft toch een andere dimensie aan je stripcarrière, niet? Ik kijk uit naar de kick van de eerste recensies – goed of slecht – en de eerste maal het album zien liggen in een winkel. En de roem en rijkdom die de gemiddelde Vlaamse striptekenaar ten beurt valt natuurlijk.


En mogen we nu snel een nieuwe strip van je verwachten? Of ben je minstens bezig met een nieuw project?
Voorlopig staat er niet veel te gebeuren, vrees ik. Ik speel wel met een idee voor een nieuw album, en je weet nooit waar "Verhalen Voor Canterbury" toe kan leiden. Ik sta overal voor open. Maar zoals het er nu uitziet, komt de zomer eraan, dus het zal weer werken geblazen zijn voor deze jongen. Enfin, écht werken dan.

Wees dan toch maar heel voorzichtig!

Meer info!

Bonte Magazine 14
Verhalen voor Canterbury
Lük Bey
Uitgeverij Bonte
€ 10,00

Gepubliceerd op 27 Mei 09 - 10:13


hallo geachte mensen
ik wil graag mijn reactie over canterbury kwijt
ik vind het een kanker dorp, kanker lelijk en oud.
maar
het rare is
ik ben er nog nooit geweest.
tschüs
jan-peter (Email) (URL) - 20 11 09 - 13:18


Dat weten we dan ook weer
lük bey - 21 03 10 - 18:10



Wil je (ook) je mening kwijt over dit artikel? Dat kan hieronder!
Moet je je registreren? Ach welnee, enkel je naam en je mening volstaan.
v = verplicht in te vullen.

v  Mijn naam:  
Wil je dat deze website je info onthoudt voor een volgende keer?
  Ja
  Nee
  Mijn email adres:  
  Mijn website:  
v  Mijn reactie: Emoticons / Textile

Reactiemoderatie staat aan op deze site. Dit betekent dat je reactie niet zichtbaar zal zijn, tot deze is goedgekeurd door een beheerder.

  (Register your username / Log in)

Kattebel:   (= stuur me een email als er iemand geantwoord heeft. Werkt uiteraard alleen als je een email-adres hebt ingevuld.)
Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.

Recentste Reacties

Peter Moerenhout (Interview: Dave M…): Ik heb geen contactgegeve…
Noortje van den E… (Interview: Dave M…): Wat een leuk interview! I…
jan (Mark Retera over …): dirkjan is cool!!!:)
Mario Nieuwenhuiz… (Interview: Chris …): ‘K heb vandaag een mooie …
hmmm (Recensie: (Oog-Og…): ja, op die manier heb je …

Zoeken:


Buttons:

Powered by Pivot - 1.40.6: 'Dreadwind'
XML: RSS Feed
XML: Atom Feed