Stripelmagazine is het magazine voor de fans van het beeldverhaal. Elke woensdag krijgt u hier een compleet nieuw magazine te lezen met interviews, columns, vaste rubrieken en diepgravende artikels over strips en veel, veel meer!


Medewerkers:


Kurt Morissens
Jim Bella
Stijn Rotté
Wouter Goudswaard
Koen Claeys
Sébastien Conard
Conz
Willem Gay
Erik Hubrechsen
Tom Lambeens
Peter Moerenhout
Koen Van Rompaey

©
 
Niets van deze website mag zonder voorafgaandelijke toelating van de redactie worden overgenomen.

Geert De Sutter over Blake en Mortimer, Bob De Moor, strips in opdracht én P@per!

Niet veel tekenaars hebben de kans gehad om mee te werken aan Blake en Mortimer, nauw samengewerkt te hebben met Bob De Moor, strips in opdracht te tekenen, in P@per te publiceren én toch nog een redelijk onbekende figuur te blijven in het stripwereldje. Tijd voor ons dus om de hardwerkende Geert De Sutter aan u voor te stellen die onder andere meegewerkt heeft aan albums als 'De 3 formules van Professor Sato', 'Barelli in bruisend Brussel' en 'Cori De Scheepsjongen'. Niet van de minste albums toch? En meer nog, Geert blijkt over een ijzersterk geheugen te beschikken wat betreft getekende pagina's en leuke anekdotes. Kortom, een meer dan aangename kennis met Geert De Sutter!

Je hebt dus meegewerkt aan het album "De drie formules van professor Sato"; wat was jouw taak dan?
Geert De Sutter: In het begin van het album heb ik meegetekend aan de decors (de eerste vier platen). Vanaf dat moment koos Bob De Moor er voor om alleen verder te gaan. Dat had te maken met het feit dat hij zich niet helemaal op zijn gemak voelde bij het tekenen. Voor zijn andere reeksen had hij niet de gewoonte te tekenen naar foto’s. Wel voor de decors, maar niet voor de personages. Jacobs had voor zijn laatste albums alle houdingen van zijn personages “live” gespeeld en laten fotograferen.
Toen Bob De Moor naar het einde toe in tijdnood kwam vroeg hij me opnieuw mee te werken bij het uittekenen in potlood van de decors vanaf plaat 31.

De 3 formules van prof. sato


Hoe ben je in contact gekomen met Bob De Moor?
Via een vriend van mijn vader ben ik op een dag bij Bob De Moor terechtgekomen. Vanaf toen vroeg hij me regelmatig mee te tekenen aan zijn albums. Praktisch viel dat erg goed mee, hij woonde in Ukkel en ik in het naburige Drogenbos. Ik haalde enkele platen uit, werkte er thuis aan en bracht ze na een paar dagen terug.

Barelli in bruisend BrusselMaar Blake en Mortimer was niet de enige reeks waar je aan hebt gewerkt in samenwerking met Bob De Moor...
Het begon met de reeks Snoe en Snolleke. Toen die vanaf 1987 opnieuw werden uitgegeven onder de naam Johan en Stefan ondergingen ze een flinke facelift. De restauratie voor de inkleuring bestond vooral uit het weghalen van zwarte silhouetten uit de prenten en vervangen door lijntekeningen. In 1989 verscheen het album Barelli in Bruisend Brussel, waarvoor ik alle decors tekende en inktte. En tot slot werkte ik mee aan Dali Capitan, het laatste album van Cori de scheepsjongen, welbepaald aan de decors in potlood van de platen 29 t.e.m. 41. De laatste platen werden volledig door Johan De Moor getekend.

En wat was je ervaring met Bob De Moor?
Het was buitengewoon om Bob De Moor te hebben gekend. Hij was echt een uitzonderlijke man. Ondanks zijn ziekte kwam hij nog naar Hasselt om het openingswoord te houden op de vernissage van mijn tentoonstelling naar aanleiding van het uitkomen van mijn album De Polyglotta’s van Plantijn. Als mens en als tekenaar verdient hij het grootste respect. Daarom ben ik ook een paar weken terug ingegaan op de vraag een interview te geven met de Franse website “Marque Jaune” i.v.m. het album Sato 2.
Tegenwoordig wordt Sato 2 vergeleken met de nieuwe albums van Benoit en Juillard, maar dat vind ik niet correct. Ik vind de vergelijking niet eerlijk: Sato 2 lag helemaal vast, Jacobs had immers alles klaarliggen. Bob De Moor moest Blake en Mortimer tekenen in de jaren ’70. Lelijke kostuums, lelijke (Japanse) auto’s, de lelijke straten van Tokyo, een lelijke ambulance en tot slot een lelijke helikopter! Benoit en Juillard konden lekker terug naar de Fifties, prachtige Amerikaanse wagens en zelfs de Expo in Brussel! Zalig om te tekenen. Het is echt niet toevallig dat Van Hamme de reeks terugplaatst in de tijd en de sfeer van “Het gele teken”.
Bovendien kreeg Bob De Moor te weinig tijd om het album te maken. Benoit kreeg jaren de tijd voor één boek (en terecht). Op “Marque Jaune” leg ik uit waarom zijn tekenstijl in Sato 2 er bij momenten aarzelend en (in tegenstelling tot zijn andere werk) een beetje “onhandig” uitziet. De oorzaak is het gebruik van foto’s van de houdingen van de personages. Voorbeelden hiervan vind je in Dossier Mortimer contre Mortimer (Editions Blake et Mortimer, 1990), het fameuze boek waarin alle oorspronkelijke decoupages (van Jacobs zelf) van de 46 platen van Sato 2 staan in afgebeeld. Deze “onhandigheid” heeft alles te maken met het (verplichte) natekenen van de foto’s van Jacobs.
Vandaag de dag doet iedereen het (Largo Winch, Alfa, …), maar toen was dat nieuw en Bob De Moor had er moeite mee (eigenlijk had hij het niet eens nodig). Het komt ook door de vervorming van het beeld door de lens van het fototoestel. Als je een foto maakt van een figuur van kop tot teen, zal je merken dat de benen altijd te kort uitvallen. Daar moet je je dan als tekenaar van bewust zijn en een correctie aanbrengen.
Tot slot was Bob De Moor ook niet tevreden met de inkleuring van Sato 2: Hij vond, net als Jacobs, dat Blake en Mortimer vlak moest worden ingekleurd, dus zonder “degradés” en effecten. Ook van de schaduwen onder de petten van de figuren hield hij niet en zeker niet onder de “CRASH” op plaat 45. Op platen 28 en 44 is de zee ook fout ingekleurd, tegen de perspectieflijnen van de golven in.
En dan had ik het nog niet over die afstotelijk groene das van Blake! Stel je voor dat Bob de Moor nu vandaag een nieuwe Blake en Mortimer mocht maken, het zou heel anders geweest zijn. Denk maar aan het prachtige Lefranc-album Het Hol van de Wolf.
Toen De Onoverwinnelijke Armada verscheen kende ik Bob De Moor nog niet persoonlijk, toch was dat toen al mijn lievelingsstrip. Nu, zoveel jaren later is dat nog steeds: twee meesterlijke albums, waarin hij ook bewees niet alleen een meesterlijk tekenaar te zijn, maar ook een bekwaam scenarist.


Heb je eigenlijk ooit de kans gekregen om E.P. Jacobs te ontmoeten?
Neen, jammer genoeg niet. Hij was immers al twee jaar dood voor Bob De Moor aan Sato 2 begon.

Nooit zin gehad om nu een album van Blake en Mortimer te tekenen?
Als kind droomde ik daar zeker van. Later werd ik echter geconfronteerd met mijn grenzen. Mijn talent als tekenaar is zeker en vast te beperkt. Voor zo een topreeks heb je de allerbeste tekenaar nodig. Het is niet voor niets dat Juillard de reeks tekent. Hij is gewoon de beste.

Ben je eigenlijk een fan van Blake en Mortimer? Waarom?
Ik ben absoluut een fan, het genie zit’m in de ongelooflijke efficiëntie (zowel scenario-als tekentechnisch). Alles klopt, op het maniakale af. Daarnaast is hij een meester in de sfeerschepping. Iedereen herinnert zich de achtervolgingsscène in SOS Meteoren (plaat 31 tem 38)! Op verhaaltechnisch vlak is deze scène nochtans totaal overbodig, maar voor de sfeer bepalend!

Wat doe je tegenwoordig nog in de stripwereld?
Ik geef een cursus Stipauteur op het Syntra in Hasselt en in Brugge, een beroepsopleiding voor volwassenen. Daarnaast maak ik strips in opdracht, die worden uitgegeven bij CoccinelleBD, een kleine uitgeverij in Durbuy. Ik maakte recent het album La Joie d’un Choix in opdracht van een congregatie uit Parijs en De Tijdelijke Dood i.o.v. het Bisdom Rotterdam. Historische verhalen vind ik erg boeiend, ik verdiep me graag in de cultuurhistorische, maar ook politiek-sociale en religieuze achtergronden van een bepaald onderwerp of personage.

Je hebt nu ook een verhaal in het stripmagazine P@per geplaatst. Een verhaal dat je in samenwerking met Fritz Van Den Heuvel maakte voor het Suske en Wiske-weekblad maar nooit gepubliceerd is geraakt. Wat was toentertijd de reden dat het niet werd gepubliceerd?
“Het Mysterie van de Verzopen Patatten”, een kortverhaal van Baques en Smoul, op scenario van Fritz, maakten we uiteraard als parodie op Blake en Mortimer. Op de redactie van het Suske en Wiske-weekblad vond men dat “het niet paste in het blad”.
Na tien jaar vind ik het nog steeds een leuk verhaaltje. We hebben het in de P@per geplaatst zoals het toen was. Ik heb het niet “geretoucheerd” en dat kan je goed zien als je bvb. naar de veel te dunne polsen kijkt van de personages.


En uiteindelijk blij dat het nu in P@per verschijnt?
Zeer zeker, waarvoor dank aan de P@per-redactie!

Je staat nu plots toch wel een beetje in de belangstelling; mogen we van jou nog een en ander verwachten op stripgebied?
Er staat een nieuw album op stapel, alweer een strip in opdracht. Na het Bisdom Rotterdam is er nu een Stichting in het Bisdom Haarlem dat een album wil uitgeven over het levensverhaal van een Nederlandse zuster die in het jaar 1900 is vermoord door de Boksers in China. Alweer een zuster, hoor ik je denken… Maar ik bekijk het zo: een jonge vrouw, pas twintig, die in die tijd uit overtuiging en idealisme naar China vertrok, goed wetende dat ze er zou sterven. Want ze werden ingelicht en werden verplicht op voorhand foto’s te bekijken van vermoorde en gefolterde missionarissen…
Daarnaast hoop ik ook eens een eigen project gepubliceerd te krijgen. Toen ik afgelopen winter op het Stripfestival in Angoulème was uitgenodigd en er mijn albums in de kathedraal signeerde dacht ik bij mezelf: ik ben blij met de albums die ik nu mag maken en die verzorgd worden uitgegeven, maar graag zou ik eens een verhaal maken waarin dezelfde christelijke waarden als thema worden gebruikt, maar minder nadrukkelijk worden gepropageerd.
De volmaakte strips in dit genre zijn bvb. De Fotograaf (uiteraard!) en Amours Fragiles (van Beuriot en Richelle). Mijn andere favorieten zijn NonNonBâ van Mizuki of het recentere Là où vont nos pères van Shaun Tan. Bij de kinderstrips heb je natuurlijk de wonderbaarlijke wereld van Jojo (van Geerts) en in de filmwereld zitten ook enkele parels in het genre: Spirited Away van Miyazaki en het magistrale Le Huitième Jour van Jaco van Dormael.
Verhalen met inhoud, met klasse verteld en schitterend in beeld gebracht.
Verhalen die je dagen nadat je ze las nog bezighouden. Verhalen die je steeds opnieuw wil lezen.

Die zouden wij ook heel graag lezen!


Meer info

De Tijdelijke Dood
Geert De Sutter

Het stripboek is voor €10 (excl. verzendkosten) te bestellen in de webwinkel van het bisdom Rotterdam (www.bisdomrotterdam.nl). Bij uitgeverij Coccinelle verschijnt een Franstalige versie.

Het interview op Marque Jaune is hier te lezen!
Alles over P@per is dan weer op deze website terug te vinden!

Gepubliceerd op 14 Mei 08 - 10:14



Wil je (ook) je mening kwijt over dit artikel? Dat kan hieronder!
Moet je je registreren? Ach welnee, enkel je naam en je mening volstaan.
v = verplicht in te vullen.

v  Mijn naam:  
Wil je dat deze website je info onthoudt voor een volgende keer?
  Ja
  Nee
  Mijn email adres:  
  Mijn website:  
v  Mijn reactie: Emoticons / Textile

Reactiemoderatie staat aan op deze site. Dit betekent dat je reactie niet zichtbaar zal zijn, tot deze is goedgekeurd door een beheerder.

  (Register your username / Log in)

Kattebel:   (= stuur me een email als er iemand geantwoord heeft. Werkt uiteraard alleen als je een email-adres hebt ingevuld.)
Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.

Recentste Reacties

Rik Couvreur (Zestienjarige Maa…): Beste Maarten, Proficiat …
hoef je niet te w… (Steven De Rie in …): het is maar een tekennig …
karel hellemans (Stripelke - "Robb…): HOE DAN ? vgl. DE WERELD …
Kris (Pieter De Poorter…): Topstrip, respect voor al…
ann (Met Bertvandermei…): Kappie is echt GENIAAL! V…

Zoeken:


Buttons:

Powered by Pivot - 1.40.6: 'Dreadwind'
XML: RSS Feed
XML: Atom Feed