Hanco Kolk over het sluitstuk van zijn Meccano-reeks 'De Ruwe Gids': “Als je de kleurversie van De Ruwe Gids vergelijkt met de zwart-wit comic versie, dan spreken we bijna over een totaal andere strip.”
Met "De ruwe gids" laat Hanco Kolk de zowel beeldende als vertellende verkenningstocht in zijn koningrijk der decadentie, Meccano, achter zich.
Deze reeks, die tot een van de hoogtepunten binnen het stripmedium gerekend mag worden, wordt bekroond met een tentoonstelling die onder meer halt houdt in de Universiteitsbibliotheek van Leuven waarin naast tal van originele prenten, ook speciaal ontworpen lichtbakken over onder andere het melodramatische leven van Dante aanwezig zijn....
Een interview met deze Nederlander die niet ter plaatsen blijft trappelen.
Door Tom Lambeens
Wat me direct aantrok in de Meccano strips was de stilering die me erg aan de eenlijntekeningetjes van Klee of Picasso deed denken. Hoe ben je tot deze stilering gekomen?
Hanco Kolk: "Toen ik achttien was, dacht ik dat ik een realist was zoals Jijé. De strips die ik toen maakte, gingen dan ook gepaard met de bijhorende schokkerende verhalen waarmee ik toen solliciteerde bij onder andere Eppo. Die zeiden mij dat ze al genoeg realisten zoals Don Lawrence hebben, waarop ik dan maar een cartoonachtige stijl, zoals die van Dupuis en Uderzo, begon te werken. Een erg bedachte stijl vind ik. Tijdens een staking vóór De Batavia, maakte ik, om de tijd te doden, wat droedels. Ikzelf vond deze stijl echter te gemakkelijk gaan. Het was meer een soort handschrift. Mijn vrouw wees me er op dat er wel iets in zat. Dit stond in contrast met mijn opvatting van stripmaken, waarbij creëren gelijk staat aan zwoegen. Die droedels zijn echter geëvolueerd tot mijn eerste Mecanno-pagina.

Ik stond aanvankelijk meer onder de invloed van de Amerikaanse cartoonisten uit de jaren ’50. Waarop ik Hirschfeld ontdekte, die ik echt fantastisch vond met al die zwierige lijnen! Achteraf zag ik een originele Hirschfeld hangen. Toen bleek dat zijn zwierige lijnen allemaal uit kleine trekjes bestonden. Wat een teleurstelling!
Gilette stond heel erg onder de invloed van Picasso en Hirschfeld. Stileringen zoals in Club Paradise, daar hoef ik me enkel op de vormen en lijnen te concentreren zonder aan dramatiek of verhaal te denken omdat het op zichzelf staande tekeningen zijn. Wanneer ik te hard ga stileren, trek ik de lezer weg van het verhaal dus ik hou me wat dat betreft een beetje in als ik strips teken."

Een opvallende verandering over de gehele Meccano-reeks is de inkleuring. Daar waar deze in de eerste twee delen aan de inkleuring van Léger deed denken en eerder los van het verhaal stond, gaat vanaf Schlager de cyber-aquarel inkleuring een sferische meerwaarde aan het verhaal geven. Vanwaar deze evolutie?
"Ik ga altijd op zoek naar een inkleuring die zowel bij de tekenstijl als het verhaal past. Zo moest Schlager heel sober zijn. Ik wilde geen krullen meer. Het moest bijna anti-tekenen zijn.
Na Schlager maakte ik Retraite, waarbij ik de penseelstijl ontdekte in plaats van te werken met pen, zoals ik ervoor deed. Zo creëerde ik een bepaald soort volume: een driedimensionaliteit. Als je de kleurversie van De Ruwe Gids vergelijkt met de zwart-wit comic versie, dan spreken we bijna over een totaal andere strip. Hij krijgt een geheel nieuwe dimensie, wat een verdienste is van Marloes Dekkers. Marloes en ik hebben geruime tijd geëxperimenteerd. Uiteindelijk heeft ze een manier van inkleuren gevonden waarbij ze onder andere te werk gaat met vergeeld papier. Net als bij Schlager, waarin de nadruk op bloed en staal lag, vind ik dat Marloes ook hier fantastisch in haar opzet geslaagd is."

De Ruwe Gids is in vergelijking tot de eerdere Meccano’s een gelaagd verhaal, hoe weet je als verteller dat het niet te complex wordt voor de lezer?
"Als verteller moet je het publiek zo interesseren dat ze geen andere keuze hebben dan je te volgen. Bijvoorbeeld: de vier plaatjes van de glimlach, waarbij je de lezer de indruk geeft dat ze alles in de hand hebben. Het is zoals bij het maken van een liedje, waarbij de refreinen fungeren als rustpunten. Die serie glimlach-plaatjes is zo’n refreintje. Zo knutsel ik constant aan een verhaal. Wanneer ik er één geschreven heb, ga ik na waar ik het de lezer te makkelijk of te moeilijk maak. Je speelt constant een spelletje met het publiek. Je stoot ze af en trekt ze weer aan. Schrijven is aftasten hoe ver je hierin kan gaan."

Oorspronkelijk was het de bedoeling om vijf Meccano delen te maken, het zijn er uiteindelijk vier geworden. Welke projecten staan er nu op til?
"Naast een nu nog geheim project, ben ik bezig met een herwerking van Thé Tjong-Khings’ Iris, die ik erg bewonder. Niemand weet zo een expressie op te wekken als Khing. Mijn bewondering voor deze illustrator dateert al van geruime tijd geleden. Zo stuurde ik als vijftienjarig jongetje reeds brieven naar hem en kreeg tot mijn grote verbazing antwoord. Toen ik hem laatst hierover aansprak, herinnerde hij het zich nog, meer zelfs hij bleek ze allemaal bewaard te hebben. Ik niet tot mijn grote spijt.
Wat ik ook in hem bewonder is die drang om zichzelf te vernieuwen, op zo’n leeftijd zo’n kritische visie hebben, daar ben ik echt van onder de indruk. Uit ‘Sagen en legenden’ blijkt ook zijn liefde voor Loustal, waarin hij, ondanks zijn meesterschap in het laten acteren van personages, zijn figuren een zekere stijfheid meegeeft zodanig dat de illustratie zichzelf verheft boven de handeling. Ik vind, wanneer je strips tekent, dat je tot het uiterste moet gaan, op zoek naar de definitieve expressie. Nu wil ik in tegenstelling tot de lijn op zoek gaan naar een expressie enkel en alleen door middel van vlakken, maar of daar wat uit komt weet ik niet, hoor. Ik ben nog zoekende en hoop dat heel lang te blijven doen."
Experimenteert u dan nu maar rustig verder!
Meer infoMeccano: De Ruwe Gids
Hanco Kolk
Uitgeverij De Harmonie
19,95 euro
Gepubliceerd op 19 Oktober 07 - 18:37
Mooi interview! Puik werk, Tom!
Marc - 24 10 07 - 14:54
